Huishoudelijk reglement2018-08-26T19:34:58+00:00

Huishoudelijk reglement

BRUIKLEENVOORWAARDEN VOLKSTUINVERENIGING DE EENDRACHT
Bruikleenvoorwaarden Volkstuinvereniging De Eendracht (uitgebreide versie 2008) NB. in 2007 zijn de statuten gewijzigd. Die zijn in 2013 notarieel geregistreerd. Het huishoudelijk reglement en de Bruikleenvoorwaarden zijn nog niet aangepast Als die in strijd zijn met de statuten, dan gelden de statuten (art. 14/1). Het nieuwe huishoudelijk reglement is in de maak.

  1. Bruikleen van een tuin geldt steeds voor een kalenderjaar. Tussentijdse opzegging door bruikleennemer is niet mogelijk, tenzij het bestuur daarin toestemt. De bruikleenprijs en de overige voorwaarden kunnen jaarlijks door de Algemene Vergadering worden aangepast. Indien een van de partijen de bruikleenovereenkomst niet uiterlijk 1 november van een jaar heeft opgezegd wordt de bruikleenovereenkomst stilzwijgend met een jaar verlengd. Op een nieuwe en op een stilzwijgend verlengde bruikleenovereenkomst zijn telkens de voorwaarden van kracht zoals die laatstelijk door de Algemene Vergadering zijn vastgesteld. Het bestuur is bevoegd nadere voorwaarden op te leggen aan de bruikleennemer, in het bijzonder wat betreft het onderhoud, de bestrijding van onkruid en de omheining. De bruikleennemer is verplicht aanwijzingen van de coördinator op te volgen. Het plaatsen van pompen gebeurt in overleg en na voorafgaande toestemming van de coördinator. De bruikleennemer is verplicht adreswijzigingen tenminste een maand voor de verhuizing aan het bestuur door te geven. De bruikleennemer dient zich tenminste twee dagdelen per jaar beschikbaar te stellen voor het in georganiseerd verband en zonder recht op vergoeding uitvoeren van werkzaamheden op het complex waar zijn perceel ligt.
     
  2. De bruikleennemer aanvaardt het perceel in de toestand waarin het zich bij aanvang van de bruikleen bevindt.
     
  3. De bruikleennemer neemt de verplichting op zich het perceel uiterlijk 15 mei geheel te hebben gespit of op een andere wijze te hebben omgewerkt. Het perceel dient geheel te worden bewerkt. Het is niet toegestaan een gedeelte braak te laten liggen.
     
  4. De bruikleennemer dient zich strikt te houden aan eventuele teeltvoorschriften of plantverboden die door of namens het bestuur worden gegeven. Cannabis c.q. hennep-achtigen mogen niet worden geteeld; zo nodig wordt de politie ingeschakeld.
    Het gebruik van onkruidverdelgers en insecticiden is alleen toegestaan in overleg en met voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de coördinator. De bruikleennemer dient eventuele aanwijzingen van de coördinator strikt op te volgen. Indien een bruikleennemer dergelijke middelen zonder toestemming inzet dan wel door de coördinator gegeven aanwijzingen niet opvolgt heeft het bestuur de bevoegdheid de bruikleenovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen.
     
  5. De bruikleennemer heeft de verplichting: het perceel het gehele jaar schoon te houden en de paden tussen zijn perceel en dat van zijn buren voor de helft schoon en vrij van onkruid te houden.
     
  6. Zonder toestemming van het bestuur mogen op het in bruikleen gestelde perceel geen kassen of andere bouwwerken worden opgericht, verplaatst of uitgebreid. In overleg en met toestemming van de coördinator kunnen door de bruikleennemer, indien nodig, afrasteringen worden geplaatst. Deze moeten zijn opgetrokken van doorzichtige materialen en mogen niet hoger zijn dan 1 meter. Deuren, platen van hout, metaal, glas of kunststof, prikkeldraad of andere scherpe materialen mogen in ieder geval niet als erfafscheiding worden toegepast. Het planten en handhaven van kerstbomen is niet toegestaan. Bomen zijn niet toegestaan, uitgezonderd fruitbomen waarvan de kruin uiterlijk in maart van het jaar is teruggesnoeid tot een hoogte van niet meer dan 3 meter. Fruitbomen dienen tenminste een meter, hagen en heesters op minimaal 50 centimeter uit de grens van het perceel te staan.
     
  7. Het plaatsen van een gereedschapskist is toegestaan, mits met maximale afmetingen lengte/breedte/hoogte: 2/0,75/0,50 meter.
     
  8. Het plaatsen van broeibakken is toegestaan, mits deze van degelijk materiaal zijn vervaardigd.
     
  9. Het graven van greppels op en aan de randen van de tuin is niet toegestaan.
     
  10. De bruikleennemer kan eventueel een compost- of mesthoop aanbrengen; de hoogte mag niet meer bedragen dan 1 meter. De coördinator kan van de bruikleennemer verlangen dat het geheel aan het oog wordt onttrokken op een door hem aan te geven wijze.
     
  11. De bruikleennemer neemt op zich het toegewezen perceel uitsluitend en alleen te gebruiken voor het doel waarvoor het is aangewezen en zulks op een wijze zoals een goed tuinder betaamt. Opslag van andere zaken dan normaal tuingereedschap is niet toegestaan. Het perceel dient er netjes en schoon uit te zien. Het gebruik of in het bezit hebben van materiaal dat niet wettelijk is toegestaan, dan wel gevaar voor de gezondheid op kan leveren, b.v. asbest is niet toegestaan.
     
  12. Het houden van dieren is niet toegestaan.
     
  13. Toegang tot de tuincomplexen is slechts toegestaan aan de leden van de vereniging. Derden mogen slechts onder begeleiding van een der leden het terrein betreden. De leden dienen er op toe te zien dat geen onbevoegden het terrein betreden. Meegebrachte huisdieren dienen te allen tijde te zijn aangelijnd. Het perceel wordt door het bestuur voorzien van een nummerplaatje met daarop het nummer van het perceel.
     
  14. Het is de bruikleennemer niet toegestaan om zonder schriftelijke toestemming van het bestuur het door hem in bruikleen genomen perceel aan een ander in onderbruikleen geven of aan een ander in gebruik af te staan of over te dragen.
     
  15. Blijkt een bruikleennemer zich in de loop van een jaar niet, of niet naar behoren aan bovenstaande verplichtingen te hebben gehouden, dan heeft het bestuur het recht om de huur tussentijds te beëindigen, zulks geheel ter beoordeling van het bestuur.
     
  16. Voor elke overtreding van het in deze bruikleenovereenkomst bepaalde en voor elke dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, verbeurt de bruikleennemer aan de vereniging een boete van €10. Deze boete is de bruikleennemer verschuldigd onverminderd de bevoegdheid van het bestuur om van de bruikleennemer nakoming en/of schadevergoeding te verlangen.
     
  17. A. De bruikleennemer is verplicht bij het einde van de bruikleenovereenkomst, alsmede bij het beëindigen van het gebruik van het in bruikleen genomen perceel, dit tot genoegen van het bestuur geheel ontruimd, vrij van onkruid en behoorlijk schoongemaakt achter te laten. De verplichting tot ontruiming houdt onder meer in dat de bruikleennemer alle zaken die in, aan of op het door hem in bruikleen genomen perceel is aangebracht of geplaatst of door hem van de voorgaande bruikleennemer of gebruiker zijn overgenomen op eigen kosten dient te verwijderen.
     
    B. De bruikleennemer wordt geacht afstand te hebben gedaan van alle zaken die hij na beëindiging van de bruikleen op het in bruikleen genomen perceel heeft achtergelaten.
     
    C. Indien de bruikleennemer zijn in lid a. van dit artikel genoemde verplichting niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, is het bestuur bevoegd de achtergelaten zaken voor rekening van de bruikleennemer te (laten) verwijderen en het betreffende perceel schoon te (laten) maken.
     
    D. Voor elke overtreding van het in lid a. van dit artikel bepaalde en voor elke dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, verbeurt de bruikleennemer aan de vereniging een boete van €10. Deze boete is de bruikleennemer verschuldigd onverminderd de bevoegdheid van het bestuur om gebruik te maken onder b. en c. van dit artikel genoemde bevoegdheden en/of van de bruikleennemer nakoming te verlangen en/of schadevergoeding te vorderen.
    Indien het bestuur gebruik maakt van de in lid c. van dit artikel genoemde bevoegdheden is de bruikleennemer de in de eerste zin van dit lid genoemde boete verschuldigd tot en met de dag waarop de ontruiming en het schoonmaken gereed komt.
     
    E. Het bestuur is gerechtigd om, indien de bruikleennemer het gebruik van het gehuurde perceel naar het oordeel van het bestuur heeft gestaakt voordat de bruikleenovereenkomst (officieel) is beëindigd, de bruikleen als beëindigd te beschouwen.
    Het bestuur is in dat geval bevoegd het betreffende perceel aan een derde in bruikleen en ter beschikking te stellen zonder dat de bruikleennemer deswege aanspraak op enige schadevergoeding kan maken.
     
  18. Ingeval de bruikleennemer een of meer van de op hem uit deze overeenkomst voortvloeiende financiële verplichtingen niet nakomt, is de bruikleennemer de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. Deze kosten belopen tenminste 15% van de verschuldigde hoofdsom en een minimum van €50. Het bestuur is bevoegd de bruikleennemer die een of meer verplichtingen van deze bruikleenovereenkomst niet nakomt per aangetekende brief de toegang tot het perceel te ontzeggen.
     
  19. Alle leden zijn verplicht gebeurtenissen, welke voor de leden in het algemeen en voor de vereniging in het bijzonder van belang zijn, onmiddellijk ter kennis van het bestuur te brengen. De leden mogen in geen geval zelfstandig optreden zonder voorkennis van het bestuur.
     
  20. Gevallen waarin deze bruikleenovereenkomst niet voorziet, dienen aan de beslissing van het bestuur te worden onderworpen. Het bepaalde in de Statuten blijft onverwijld van kracht.
     

Zutphen, januari 2008.